Kopstukken

met haar

24 juli, 2014
door Martin Smit
1 reactie

Valkuilenburg

Dat het woord ‘burg’ zijn oorsprong vindt in 1861 en ‘burcht’ betekent, krijgt u van mij cadeau. En dat Limburg vanwege de zachte g vasthoudt aan deze oorsprong, lijkt een voor de hand liggende conclusie, gezien het grote aantal ‘burgen’. Maar aannames zijn verleidelijk en soms onaangenaam als ze niet worden geverifieerd.
E. is een paar dagen naar Valkenburg geweest en ik ben op aannames meegegaan. Een verslag.


Oma zou de kinderen voor een paar dagen onder haar hoede nemen en dat creëerde een onverwacht intermezzo. E. wilde dit graag ingevuld hebben: Den Haag was wat haar betreft de ideale bestemming. Ik had echter geen zin in een paar dagen weg-in-de-stad. Wat mij betreft bleven we gewoon thuis. Maar zoals E. mij uitlegde, moet ‘quality time’ buitenshuis ingevuld worden. En het leek haar nou zo leuk als ik het hotel zou boeken. Dus ging ik opzoek naar rust en cultuur, en kwam ik al snel in Zuid-Limburg terecht.

Uit een honderdtal hotels in Valkenburg heb ik uiteindelijk gekozen voor Hotel Schaepkens van St. Fyt. De naam ademde romantiek uit. Het leek een perfecte uitvalsbasis om het Limburgse te verkennen op een wijze zoals ik het mij wist te herinneren van tv-programma’s als ‘Van Gewest tot Gewest’ en ‘Ontdek je Plekje’. Opzoek naar de diversiteit van de zuidelijke Nederlanden. Van de rijkdommen in de Servaasbasiliek, tot aan de Fluweelgrotten. Omsloten door het Vlaams gewest.

Valkenburg was handiger met de auto, parkeren in het centrum van Maastricht een kriem en de trein geen optie, zo liet ik mij vertellen door E., die opvallend weinig moeite had met mijn keuze voor Maastricht e.o. De verklaring hiervoor kwam amper nadat ik het hotel had geboekt:
– “Ik lees net dat er in de buurt van Maastricht een outlet zit, een hele grote! O, dat lijkt mij nou zo leuk. Als we er toch in de buurt zijn … kijk eens even snel op Google … is het echt zo dichtbij?”
Verschrikt kijk ik E. aan. Nog voor ik haar mijn culturele plannen van de komende dagen kon voorleggen, werd de eerste shopping mall recht in mijn gezicht gesmeten. Valkenburg was toch juist alles wat Den Haag niet is: weg van alle haast en op de loer liggende shopgelegenheden. Maar niets leek minder waar.
+ Nou, … ja … maar …
– Oh, kijk nou toch! dat is maar 30 kilometer vanaf Valkenburg.
Ik hoorde mij nog zeggen “of ze dan nieuwe kleren nodig had”, maar besefte dat ik niet tegen haar enthousiasme was opgewassen. Nu al bleek dat ik mij schromelijk vergist had in de bestemming. Op elke website, van VVV-Limburg tot VVV-Maastricht, die ik daarna aanklikte, kwam het woord ‘shoppen’ in overmaat voor.


Bij aankomst in Valkenburg bleek al snel dat het hotel zijn hoogtijdagen ver achter zich had gelaten. In de lobby werd de romantiek direct neergeslagen door een zware, bedompte lucht. Op de balie keek een schaaltje Wilhelmina pepermunt mij verontschuldigend aan. De gasten lieten zich kenmerken als ware de naam ‘Schaepkens van St. Fyt’ het Limburgse synoniem voor ‘Avondrood’. Overjarige Amerikaanse hotelgasten en equivalente Nederlanders tooiden met een grijze gloed van gepermanent haar de zijbeuken van het hotel. Gelukkig beperkte onze afhankelijkheid zich tot het bed en het ontbijt.

De volgende dag begon mijn ‘quality time’. We reisden per trein naar Maastricht. De stad die voor mij zo onlosmakelijk verbonden is met Jo Coenen, ooit Rijksbouwmeester. Zo wilde ik E. het contrast, maar ook de samensmelting tussen oud en nieuw laten zien. We zouden, gezeten op het terras van Hotel de la Bourse, het schouwspel van het centraal op de markt gelegen stadhuis en de op de flank inkomende Mosae Forum op waarde weten te schatten. Onze rondgang door Maastricht daarna vervolgen via het Vrijthof naar de Basiliek van Onze Lieve Vrouwe en via de Helpoort weer richting de Sint Servaasbrug. Om net over de brug nog even af te buigen richting het Centre Céramique om de benen de rust te geven, voor we ons zouden opmaken voor het laatste doel: het Bonnefantenmuseum van Aldo Rossi.

Maar bij de eerste stappen op de klinkers van de oude stadscentrum en een verkeerd genomen afslag stonden we recht tegenover de tassen- en schoenenzaak van Fred de la Bretoniere. E. stond plotsklaps stil. De exaltatie bij het zien van het uithangbord was onbeschrijflijk:
– “Ik durf het bijna niet te vragen, maar …”, met halfopen mond en opengesperde ogen trad ze het domein binnen, om drie kwartier later weer naar buiten te komen met een Fred de la Bretoniere lederen tas en een Fred de la Bretoniere kassabon. Haar oude tas werd in de zaak achtergelaten … haar ogen nog steeds wijd opengesperd.
Vervolgens werd Maastricht ontdekt aan de hand van de Sissy Boy, de BijenKorf, de Scotch & Soda, de Habets, de Zara, de H&M, de Gigue, de s. Oliver, de Esprit, de Vanilla, de Didi en uiteindelijk de Marlies Dekkers Store.

Het leek onvermijdelijk dat van de drie en een halve dag zonder kinderen, er twee op zouden gaan aan winkelen. Hoe anders had ik mij ‘quality time’ voorgesteld.

Nog enigszins verbolgen over de misgelopen cultuur, zette we de derde dag de auto richting Duitsland. Na een bezoek aan het drielandenpunt – welke met recht een discutabel hoogtepunt is – werd er doorgestoken naar Monschau. 30 jaar geleden bezocht ik dezelfde plaats als verliefde tiener, op de brommer met (toenmalige) vriendin B. op de buddyseat. Ik had daar in elk detail verslag van kunnen doen, alle vrijages incluis. Maar bij het zien van de eerste vakwerkhuizen in Monschau verdween de behoefte om haar daarmee te kastijden. De herkenning was weg … verleden tijd, en de beleving hernieuwd nu samen met met E. De middag verliep zoals een middag in Monschau zou moeten verlopen. Met een moment van melancholie bij de aanblik van de koffiebranderij Wilhelm Maassen , tot de rust bij het klaterende water in de Rur. De dag van gisteren al weer vergeten.

Op onze laatste dag besloten we de Shopping Mall naar de middag te verplaatsen en de ochtend te gebruiken om met een bezoek aan de Fluweelgrot afscheid te nemen van Valkenburg. De rondleiding door het donker eindigt op het plateau naast de ‘burg’. Met een stuk vlaai en koffie genieten we van het uitzicht. In de verte kun je ons hotel nog net zien liggen. Er vertrekt een bus, waarschijnlijk naar het Henri-Chapelle American Cemetery and Memorial of Netherlands American Cemetery and Memorial in Margraten, op bezoek bij de herinnering van wat eenmaal was, maar nooit weg is geweest.

Ik kijk E.aan, die met haar gezicht vol in de zon geniet van het moment:
+ “Ga je mee? Het is mooi geweest zo. Ik heb genoten, maar wil de kinderen ook weer graag zien.”
– “Ja, lijkt mij een goed plan schat. Genoeg quality time gehad zo?”
+ “Ik ook van jou … maar … ja sorry, ik moest alleen even op gang komen.”

 

 

(Bij de Shopping Mall zijn we (gelukkig) nooit aangekomen. Door overweldigende drukte aldaar hebben we die stop naar een later te bepalen datum verplaatst.)

8 juli, 2014
door Martin Smit
Reacties uitgeschakeld voor Hiking in Jordan

Hiking in Jordan

280 pagina’s telt het boek over wandelen in Jordanië. En bijna af. De ‘proof prints’ worden binnenkort door Amazon geleverd en via Washington DC naar Nederland en Australië gestuurd. Dat krijg je als de makers van het boek woonachtig zijn in Amerika en Australië en de samenwerking aangaan met een technisch schrijver in Nederland. Niet alleen de ‘hikes’ waren een onderneming op zich maar ook het tot stand komen van het boek. Going where no man has gone before, … althans niet wij drieën!

Hier een indruk van de binnenzijde van het zwart-witboek.


Website : http://www.hiking-in-jordan.com/

11 juni, 2014
door Martin Smit
Reacties uitgeschakeld voor Beveiligd: Gijs 8 jaar

Beveiligd: Gijs 8 jaar

De inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Vul het wachtwoord hieronder in om hem te kunnen bekijken:

16 april, 2014
door Martin Smit
Reacties uitgeschakeld voor Recalcitrant

Recalcitrant

Snelsonnet naar aanleiding van het verdwijnen van de schoolbel op de Jan Ligthart basisschool. Wikipedia is in haar eerste zin heel duidelijk over de functie van de schoolbel. Die wordt nu door de leerkrachten gemist, met wachtende ouders tot gevolg.

 

Recalcitrant

Nu de schoolbel voorgoed is uitgezet
rest het gemis van ‘t nostalgisch signaal
aangevuld met wachtend ouderlijk kabaal
wat zelfs de juf in haar voortgang niet belet.

Dus laat ik in de aula, zonder censuur
een daverende scheet, op klokslag twee uur.

 

 

29 maart, 2014
door Martin Smit
Reacties uitgeschakeld voor Standaard

Standaard


Zo zie je maar weer, een bruggetje is snel geslagen. Met de intentie om snel van het onderwerp af te wijken. De reden waarom de hond door het raam is gegooid doet er niet meer toe, de aandacht wordt achteloos verlegd naar een vertroebelde familieband. Het kwam mij de afgelopen week bekend voor, hoewel met beduidend minder succes.

Zonder hierbij een ruit te laten sneuvelen is onze hond Bus vorige week aan het einde van zijn bestaan gekomen. Uitgeblaft. En hoewel het gemis niet wordt gebagitaliseerd, biedt het wel ruimte. Ruimte voor E. om de kamer weer eens opnieuw in te richten. De bench en de hondenmand lieten twee gapende gaten achter in onze woonkamer van net 25 vierkante meter. Schreeuwend om opgevuld te worden. Voor E. was het in ieder geval een dermate duidelijk signaal dat het niet onbeantwoord kon worden gelaten. Ik had alleen beter de opmerking “Als we toch aan het veranderen slaan, weet ik ook nog wel wat dingen te noemen.”, achterwege kunnen laten.

Het is een fout die ik wel vaker maak: iets hard roepen zonder de consequenties hiervan in te schatten of vooraf mee te wegen. Laat staan: een reactie in te calculeren.
E. keek mij enigszins verrast aan: “Wat dan? Daar ben ik wel benieuwd naar. Wat mag er volgens jou dan anders?” Maar als er iets is wat ik eigenlijk wil vermijden in onze huiskamer, zijn het de discussies over de inrichting. Wil ik geen praat hebben over:

  • de twee kasten vol met haar jaren-50-servies.
  • alle bakjes met prulletjes op de eettafel, die al snel vol raken met alles waar het bakje in eerste instantie niet voor bedoeld was, waarna er dus een bakje bij geplaatst wordt, die ook binnen no-time met onbedoelde prullaria vol zit. In de kliko ermee!
  • de groep-3 kleurplaat van Gijs die ook wel eens van de muur mag en vervangen  wordt door serieuze kunst, maar ja … we hebben bewust voor kinderen gekozen en hangt ‘alles wat je er voor terug krijgt’ eerst 18 maanden bij ons aan de muur.
  • het misplaatste imitatie jaren-60-tv-meubel dat bij ‘Gerrit Outlet’ uit Groningen online gekocht is en sindsdien de grootste dissonant is in onze kamer.
  • een semi antiek, halfhoog bloementafeltje, gemaakt van potentiële aanmaakhoutjes. Het heeft alleen de buitendeur, richting de vuurkorf nog niet gevonden.
  • de bruine gordijnen. Bruine gordijnen! NEED I SAY MORE!
  • ondefinieerbare objecten in de woonkamer, die bij navraag altijd een waxinelichthouder blijken te zijn. 31 heb ik er op een gegeven moment geteld!

+ “Wat mag er dan anders?” herhaalt E. Verschrikt kijk ik nogmaals snel de kamer door, opzoek naar iets wat ik wel durf aan te wijzen. Mijn gevoel heeft me al eerder in de steek gelaten door mij in de richting van een, voor haar, zwaar emotioneel beladen knutselfrutsel te sturen. Die situatie luidde destijds een nogal onderkoeld weekend in.

Dan valt mijn oog op een kaarsenstandaard. Het onooglijk grof gesmede geval staat links achter in de hoek met, in mijn beleving, al 15 jaar dezelfde kaars. Maar ook hier zal zeker een verhaal aan kleven. Vast van een of andere ‘oudtante Jannie’ geweest die de standaard, waaraan bij een tragisch ongeval geliefde poedel Daisy gespietst werd, uit zicht wilde hebben en sindsdien alleen nog led-waxinelichtjes op het altaartje van de hond brandt. Maar ik gok het erop, bij gebrek aan een betere inval.

– “Nou, die kaarsenstandaard zou wat mij betreft wel weg mogen. Hij staat in de weg bij het stofzuigen en is niet zo mooi, zeg maar.  Hij is … WANSTALTIG! FOEILELIJK! Het karrenwiel ontbreekt er nog maar aan. Middeleeuws gepruts. Op de brandstapel ermee. De kringloopwinkel zou het niet eens innemen. En ik begrijp dat! Een misvormd stuk staal en voor een driepoot ook nog uitermate onstabiel. Maar bovenal een functioneel gedrocht. De enorme punt splijt de meeste kaarsen in tweeën. De kaarsen die wél passen zijn van het walmende soort! Dus … van mij mag ie weg!
+ “Graag schat, liever vandaag nog dan morgen. Hij is van jou dus …”
– “Van mij …?”
+ “Ja, weet je dat niet meer? Je hebt hem gekregen van je zus toen we hier kwamen wonen.”
– “Dus niet van tante Jannie?”
+ “Tante wie?”
– “Laat maar.”
+ “Zet je de standaard even buiten neer? Weg is weg!”
– “… Het valt me op dat we al veel meer katten in de tuin hebben nu Bus ze niet meer wegjaagt.”
+ “Ja, dat was mij ook opgevallen. En verder, … wat mag er verder nog anders? Je had het over ‘meerdere dingen’ die anders mochten toch?”
– “Wat? Ja, … nou nee, niets. … verder is de woonkamer wel goed zo.”

dingetje

17 mei, 2013
door Martin Smit
Reacties uitgeschakeld voor Dingetje

Dingetje

Het is een ‘dingetje’. Natuurlijk is het een ‘dingetje’! En als ik je even alleen spreek zal ik misschien ook wel toegeven dat het meer is dan dat. Vooralsnog houd ik het op een ingecalculeerd en werkgerelateerd minimaal verval. Daarmee houd ik mijn ego overeind … voor zolang het nog duurt.

“Öga, Scandinavian Spirit”, staat er op de brillenkoker. Mijn nieuwe en eerste brillenkoker. Voor mijn nieuwe bril. Werkgerelateerd zoals ik al zei. Voor achter de computer. Als technisch schrijver zit ik nu eenmaal veel achter een beeldscherm. Daarbij komt dat op mijn werk onlangs de lettergroote in onze documentatie is verkleind, om pagina’s en kosten te reduceren. Maar om de kwaliteitsstandaard hoog te kunnen houden voelde ik mij genoodzaakt dit te compenseren … en te investeren in een bril.

Dat werd natuurlijk niet zomaar een bril. Mijn werkbril moest het uitgangspunt worden van een nieuw werkimago, een nieuw statement! Zoals alle mannen tussen de 45 en 55 jaar op dit moment doen. Je koopt een bril met een zwart montuur, trekt een Sissy-boy shirt aan en … voilà! Zo simpel is het … dacht ik tenminste.

Bij alles wat ik tegenwoordig koop, struin ik het internet af opzoek naar reviews en beeldvorming. Of het nu om een nieuwe koptelefoon gaat of een nieuwe frituurpan. Ik weet wat ik koop! Waarom ik dat bij het uitzoeken van een nieuwe bril achterwege heb gelaten is mij nog steeds een raadsel. Het aandeel ‘noodzaak’ heeft mij waarschijnlijk rechtstreeks naar de opticien geleid. Een prima opticien overigens. Die op basis van (alleen) mijn leeftijd kon bepalen of ik een bril nodig had. Toen ik aangaf dat ik schrijver ben, wist hij het zeker: “U moet computer eyeware!” Als hij ook nog aan mijn linker oorlel had getrokken, ik zeg het u, dan had hij mijn oogafwijking op een tiende dioptrie kunnen bepalen! Kundige man, ik kan niet anders zeggen.

Voor ik het wist was de oogmeting gedaan, had ik uit het enorme aanbod monturen een keuze gemaakt en liep ik de zaak alweer uit. Voor een impulsieve aankoop heb ik doorgaans meer tijd nodig. En dat kon dan ook niet ongestraft blijven.

Nee, de bril zit prima, het kostte geen enkele moeite om eraan te wennen en het primaire doel is ook behaald: de lettergrootte wordt ruimschoots gecompenseerd. Alleen mijn nieuwe werkimago, mijn nieuwe statement verdween als sneeuw voor de zon na een bezoekje aan YouTube. Zo werd het achteraf informatie inwinnen genadeloos afgestraft.

Natuurlijk wilde ik mijn nieuw verkregen imago bevestigd zien in het merk Öga. En zoals de brillenkoker al vermelde beloofde dat het een en ander. Maar de ‘Scandinavian Spirit’ bleek een met de Franse slag geknutseld marketingconcept. Ja, inderdaad! Het Franse merk lift mee op de scandinavische designcultuur en vult dit aan met Ikea-achtige namen als, Hülträ, Glasträ en Viträ. Als het maar een trema heeft, moeten ze gedacht hebben … en iets met bomen. Ja! Dat was een goed idee, iets met bomen. Want daar hebben ze er in Scandinavië heel veel van.

Het filmpje laat achterelkaar een aantal zoekende mannen zien, die na het opzetten van een Öga bril nog steeds niets vinden. De muziek is van ongekende schoonheid maar zet de hele scene in mineur. Dat mag je ook verwachten van Thom Yorke, frontman van Radiohead. Een man [2.20 min.] krijgt door een vrouw zijn Öga aangereikt. Ik schreeuw nog dat hij de bril niet moet opzetten, maar het is al te laat. 2 minuten later sluit hij half gehallucinerend en vertwijfeld het filmpje af. Dit was niet het statement waar ik naar opzoek was. Dit is een merk wat zich richt op mannen van 45 tot 55 jaar, die nog niet gevonden hebben, en mogelijk ook nog niet weten waar ze naar opzoek zijn. Juist ja, die groep mannen!

En zo ben ik weer een illusie armer, is mijn ego weer waar die moet zijn en is mijn Öga computer eyeware verworden tot … gewoon weer een leesbril. Niets meer niets minder. Geflankeerd door steeds grijzer wordende bakkebaarden. Misschien dat ik daar nog wat mee kan, als statement.

17 april, 2013
door Martin Smit
2 reacties

Believe

Alles is nu ‘IEUW’. Van broertje tot het net iets te bruin gebakken velletje van de kip. Van een vlugge kus op tv tot het resultaat van mijn bezoek aan de kapper. En niet te vergeten, papa’s muzieksmaak. ‘IEUW’ is het nieuwe ‘GETVERRR’, ‘ECH NIE’ en ‘Ja doeii!’. Aangevuld met ‘Lekker is dat!’ vormt het de stormram die de weg naar de puberteit forceert.

Gelukkig heb ik mij op die aanstormende periode goed voorbereid. Met afgelopen weekend de ultieme test. Ik heb mij 4 uur lang laten opsluiten met 27.000 gillende meiden. Pubers … allen strak geoutilleerd. Voor Justin. Voor wie anders zouden zij zich de longen uit het lijf schreeuwen in een Cost:Bart skinny jeans en een Supertrash tanktopje.

Ik mocht mee. Dat stond vast. Maud had mij uitgekozen om haar te begeleiden naar het concert van Justin Bieber. De enfant terrible van de huidige popscene. Gedreven door een uitermate slim management. Alles wordt in het werk gezet om van Bieber de nieuwe Michael Jackson te maken. Continu worden er gelinkt naar de ‘King of Pop’. De wachtmuziek voordat het concert begon, de pasjes, de zijwaartse blik, de gouden handschoentjes, de hand die, ditmaal net naast het kruis grijpt, you name it. Alles verwijst er naar … en dat is allerminst vervelend.

Hier staat een popster in de dop. Een entertainer die op het punt staat zich te ontworstelen van al het gegil. En zo hoort het. Met enige arrogantie neemt hij afstand van al het rumoer van de laatste tijd, en blijft hij voor alle fans natuurlijk altijd zichzelf. En ik  … ik heb een top avond!

Naast mij zit een jongen, ik schat hem hooguit 15 jaar. Uitgesproken homo, of ‘gay’ zoals hij het waarschijnlijk liever heeft. Alle superlatieven die zijn mond verlaten zijn in het Engels aan Justin gericht. Bij elke gilgolf van de 27.000 word door hem aangevochten door een herhaald ‘O my God’.  De concurrentie te lijf met een overdosis girl power. Heerlijk!

Voor ons zitten twee moeders met hun dochters. Zo te zien is dit hun uitlaatklep na het falen bij de laatste voorselectie voor het tv-programma Obese. Gelukkig kunnen ze de gemiste afleveringen, heel toepasselijk, terugkijken op RTL XL. Eén van de meiden staat te godganse avond in haar ‘Bieber heart pose’. De andere gehuld in een knalroze shirt en met haar armen vol glow-in-the-dark armbandjes. Aangevuld met een baseballpet met de tekst ‘Swaggy’ maakte het geheel feestelijk af. Ik hoef u verder geen beeld te schetsen van het moment dat deze belieber, geflankeerd door twee de moeders met de handen over de oren, al gillend en stampvoetend haar massa in beweging bracht om Justin te verwelkomen.

Tussen al dat expressieve geweld zit Maud, zich amper realiserend dat haar vader naast haar zit. Haar ogen wijken geen moment van het podium. Af en toe word haar silhouet verlicht op de maat van de muziek. Dan zie ik hoe ze vol verbazing en bewondering kijkt naar alles wat voor haar nieuw is. Even lijkt dan de puberteit weer ver weg. Geen ‘IEUW’ of  ‘GETVERRR’, niets van dat alles en mag ik nog even genieten van dat ‘kleine’ meisje. Prachtig!

Hoe anders zal dat over drie à vier jaar zijn. Dan zet ik haar waarschijnlijk af voor het Gelredome en word ik gesommeerd om haar op tijd weer op te pikken. En dat is prima. In de tussentijd zal ik dan terugdenken aan 13 april 2013. Want het was een mooie avond, … en heb genoten van 27.000 gilgekke tieners. Maar het meest van mijn dochter, die haar vader mee nam naar haar Justin Bieber.

18 maart, 2013
door Martin Smit
1 reactie

202 bitter

Vanmorgen voelde in de noordoosten wind vol in mijn gezicht snijden. Op weg naar mijn werk. Nog voor ik de brug over het Twentekanaal had bedwongen, kondigde mijn benen aan dat het een zware rit zou worden.

Ik dacht nog even terug aan gisteravond. Een keer in de zoveel tijd (bespeur hier de onregelmatigheid) ga ik bij mijn moeder eten. Opzoek naar een lekkere vette jus met gezouten aardappels en boterzachte spruitjes. Even weer de lucht opsnuiven van de ouderlijke keuken. Onlangs had Wouter Klootwijk mij weer getriggerd om bij haar langs te gaan. In zijn programma ‘De Wilde keuken’ onderwierp hij de spruit aan een grondige inspectie en nam de smaak op de korrel. Zo werd de teler aan de tand gevoeld over de bitterheid van de spruit. Uiteindelijk kwamen de heren tot de conclusie dat die oude ‘202 bitter’ spruit een zeer smakelijke is.

Met deze aflevering in gedachte reed ik gisteren richting mijn moeder. Spruitjes … en als het even mee zou zitten misschien wel met een gefruit uitje en een goed doorregen runderlap. Maar het rook allerminst naar spruitjes en mijn neiging om even in ‘de pan op het vuur’ te kijken bleef achterwege: “Ja, we eten Teriyaki. Ik dacht, laat ik eens wat anders doen,” riep mijn moeder vanuit de woonkamer. Met een schuin oog zag ik nog net de verpakking van het Knorr kant-en-klaar-pakket Teriyaki uit de prullenbak steken. “Doe mij maar een oude spruit,”dacht ik nog … omdat alles nog even bij het oude moet blijven.

De door de pekel verroeste fietsketting knarst door mijn derailleur. “Omdat  ik wil dat alles even bij het oude blijft,” herhaal ik nog eens in mijzelf. Omdat ‘het oude’ in al zijn eenvoud dreigt te verstikken tussen alle grillen van het heden. Als er een generatie is die de vorige wil besturen dan is het de onze wel. Meegesleurd, onze generatie in. Achterblijven wordt door ons niet geduld en allerminst begrepen.

Maar naar mate ik ouder word, wil ik steeds minder dat zij meegaan mijn generatie in. Wil ik steeds minder dat zij mij verrassen met Teriyaki. Doe mij maar spruitjes, het liefst van die bittere. Zodat je, als je weer eens bij ze aanschuift, de eenvoud en de oprechtheid kunt proeven. Hoe simpel ook. Aardappels, groente, vlees. En na het eten misschien nog even voetbal kijken. Wat bij mijn schoonvader zeker het geval zou zijn geweest. Vitesse.

Eenmaal op mijn werk aangekomen kan ik mijn draai niet echt vinden. De Excelsheet staart mij aan en de koffie wil niet smaken. E. is bij haar vader en verleent de laatste zorg. Het zal niet lang meer duren.
… Misschien zijn zij die zich niet mee laten sleuren, en bovenal zichzelf blijven, wel het meest benijdenswaardig. Is juist de berusting de wijsheid die met de jaren komt. Ik hoef hem dan ook niet te vertellen dat de ‘202 bitter’ spruit eigenlijk best goed smaakt. Of dat Franse frietjes het lekkerst zijn en dat Mercedes de beste auto’s maakt.

“Gefeliciteerd, met je jubileum.” Verschrikt kijk ik opzij. Alle collega’s en mijn baas staan naast mijn bureau met een bos bloemen. Verdomme ja, 12,5 jaar bij de zaak. Wat een beroerde timing. Nou ja, die fles port is welkom. Die gaat vanavond zeker voor de helft leeg. Proost Hans. Ik heb al Franse frietjes in huis gehaald, … omdat alles nog even bij het oude moet blijven.

 

Wat anders

20 februari, 2013
door Martin Smit
Reacties uitgeschakeld voor Wat anders

Wat anders

Nu kun je een Fortissio Lungo maken met een Nespresso Meastria en proef je de gelaagdheid en de rijke, temperamentvolle Italiaanse koffietraditie overal dwars doorheen. De aromaten van het gemaakte goud maken meer in je los dan de gedachte aan George Clooney of ‘Miss Volluto‘ alleen.  Het astringent is vloeiend en zacht, goed gerond en met een vleug van chocolade. Afgesloten met een lichte bitterheid op je zachte verhemelte, zonder de overhand te nemen. Een genot, een weldaad voor mond en geest.

Nu kun je ook een bak koffie maken met een Douwe Egberts Cafitesse 2000, zoals op mijn werk. Een Hollandse naam bij een Hollandse bak koffie, of diesel zoals sommige collega’s het bruine water noemen. De dampen wuif ik weg voor het nemen van een slok. Het dunne aroma met de typerende aardachtige afronding doet een poging om een bescheiden mokka te laten zien maar verzandt in een asachtige hardheid. We verbloemen het. Verbloemen het met additieven als suiker en nog meer suiker, met melkpoeder en extra extracten.

OK, Douwe Egberts staat niet garant voor het ultieme koffiegenot, maar slecht zou ik het allerminst willen noemen. Het ontbeert echter het ‘What Else’ imago, de arrogantie zoals u wilt, zolang de pedanterie maar niet overgaat in egotisme. Nee, de Master Blenders gooien het op traditie, zetten niet in op de sensualiteit van mannelijke karakters als Clooney. Daar zijn wij Hollanders veel te nuchter voor. Alleen is traditie niet het recept gebleken waar de gemiddelde koffiedrinker bij stil is blijven staan.

Het apparaat is inmiddels vertrokken en heeft plaatsgemaakt voor de nieuwe zakelijkheid van Maas International, genaamd de SL1000. De imponerende zwarte kolos herinnert mij aan de koffiemuren bij tankstations langs de A1 richting Parijs. Nescafé nostalgie. 
Boven het display wordt de kast versiert door een affiche waarop prominent het logo van Maas zichtbaar is, geflankeerd door een vrouw getooid in een overenthousiast ontwerp van Frans Molenaar. Daarnaast de tekst ‘Cappuccino’, de Fortissio Lungo van de werkvloer. Alleen het keuzemenu laat deze mogelijkheid onbenut. Keuze 4, 5 en 6 zijn weggelaten, net als de multimediatoepassing.  Alles wat naar ‘Ms Vulloto’ had moeten ‘smaken’ is gemeden. De gecreëerde sfeer wordt dunner en dunner.
Enigszins aarzelend zet ik mijn meegebrachte bekertje op de houder en maak mijn keuze. 2, Espresso. Met schijnbaar gemak werpt het apparaat zich op zijn taak. Alleen … Kort na de start wordt dit resoluut verstoord. Het apparaat richt een schuchterige straal water net naast mijn bekertje. Snel positioneer ik het links op de houder maar de helft is al in de lekbak verdwenen. Ongelovig kijk ik naar het apparaat … en weer in mijn bekertje. Twijfelend aan de essentie van en koffiezetapparaat. Ik voel me als Goerge Clooney die wordt afgewezen door Ms Volluto.

Terug op mijn werkplek bezoek ik nog even de website van Maas. Een nichtje van de directeur introduceert het product. Daaronder een opsomming van de mogelijkheden van het “vlaggenschip’. Al lezend door de productbladen vind ik het antwoord op de missende 4, 5 en 6: Cappuccino, Wiener Melange en Chocolade. Op de volgende pagina het excuus waarom de espresso naast mijn bekertje viel. ‘Gescheiden uitgifte koffie en thee’ staat er te lezen. Als Unique Selling Point nota bene! 

Teleurgesteld ben ik. Over het apparaat, over de smaak van de koffie en over de keuzes die zijn gemaakt. Kort gezegd, dat 1000 inderdaad de helft van 2000 blijkt te zijn. Maar misschien wel het meest teleurgesteld over het feit … dat over een paar weken  … ik eraan gewend ben geraakt. Tja, wat anders! … Morgen dan maar de thee proberen.