Kopstukken

met haar

4 april, 2012
door Martin Smit
Reacties uitgeschakeld voor Default

Default

+ Mooi zeg. Maar kan het ook ‘uit’?
– Hoezo, ‘kan het uit’. Waarom zou het ‘uit’ moeten kunnen?
+ Misschien omdat het ook ‘aan’ kan?
– Nee, het kan niet uitgezet worden. Het staat default ‘aan’.
+ O, maar dan suggereer je nu dat het wél uit kan. Een defaultwaarde is een instelling die ook een andere instelling kent, namelijk de niet-defaultwaarde.
– Nee, dan begrijp je me niet. Dit maakt deel uit van de basisfunctionaliteit, het uitzetten van deze functie zou alle toegevoegde waarde teniet doen. Hier is het juist om te doen. Het kan dus niet ‘aan’ of ‘uit’.
+ O, raar … dat zou het zelfde zijn als dat je een koffiezetapparaat standaard al suiker en melk laat toevoegen. Dan moet je er wel heel zeker van zijn dat jouw doelgroep dat ook lekker vindt.
– Ja, nou … wellicht. Natuurlijk is het zo dat dit niet de hoofdfunctie is, maar het onderscheidt zich hierdoor wel van al het andere dat reeds op de markt is. Toegevoegde functionaliteit, daar differentieer je je tegenwoordig mee. Wij hebben binnen onze ontwikkelafdeling hierover gebrainstormd en zijn tot dit concept gekomen. Ik moet zeggen dat ze dat knap hebben gedaan.
+ Zeker, maar uiteindelijk draait het om de UX.
– UX?
+ Ja, user experience. Sorry hoor, dat ik er een modewoord ingooi. Maar daar draait het allemaal om. Je ziet maar al te vaak dat alles onder de noemer intuïtief design wordt gegooid. Alsof dat de verantwoording en de oplossing is, om al het gebrainstormde maar door te voeren. Onder het motto: we kunnen het maken dus passen we het toe. Een beetje simplistische Bob de Bouwer-gedachte als je het mij vraagt. Het gaat niet zozeer om het onderscheidend vermogen, maar meer om de merkbeleving, of ‘branding’. Dát zou je uitgangspunt moeten zijn.
Vorige week nog sprak ik een vriend die ergens 36 functies in had gepropt. Het grappige was dat alle functies default ‘uit’ stonden. Ik vroeg toen aan hem wat de verantwoording was om deze 36 functies überhaupt op te nemen, keek hij mij vragend aan. Als ontwerper/ontwikkelaar zou je moeten kunnen beargumenteren waarom welke functionaliteit als basis dient. Die zet je dan default ‘aan’. Als alles ‘uit’ staat kun je je afvragen wat de toegevoegde waarde van je product is, toch? Daarnaast zul je, op basis van verkregen inzichten, keuzes moeten maken welke functies instelbaar moeten zijn. Neem bijvoorbeeld een auto waarvan de dimlichten nog enige tijd blijven branden na het verlaten van de auto. Dit is, mits goed geïmplementeerd, een vast ingestelde tijd. Die keuze is door de autofabrikant gemaakt. Zo zul je voor elke functie moeten beoordelen of het iets toevoegt om het instelbaar te maken. Het is niet erg om veel functies te integreren maar daar moet de klant geen last van hebben. Hij moet het als vanzelfsprekend ervaren. Dat is intuïtief!
– Ja, daar heb je misschien wel een punt. Maar … wat heeft je vriend met je opmerking gedaan.
+ Hij heeft hem niet begrepen, of althans, verkeerd geinterpreteerd.
– O, hoe dan?
+ Hij heeft er een 37ste functie aan toegevoegd. Met deze toevoeging kan de gebruiker nu kiezen of hij default alle waarden op ‘aan’ of op ‘uit’ wil hebben staan.

...

8 maart, 2012
door Martin Smit
2 reacties

Meetlat

Zo af en toe kom ik en filmpje op internet tegen waarbij ik denk: dit kan niet naar iedereen doorgestuurd worden. Filmpjes die ik als taboe zou bestempelen. Tenminste als ik ‘een taboe’ zou definiëren als ‘iets wat niet zonder meer doorgestuurd kan worden naar mijn moeder’. Daar is ze namelijk ook mijn moeder voor, die als heilige Maria af en toe mijn geweten aanspreekt en mij ethische vraagstukken voorlegt. Waarbij je op het moment van vraagstelling al weet dat haar morele inzichten contrasteren met de jouwe. Dus … mijn moeder is de 65 gepasseerd en verdient het niet lastig te worden gevallen met filmpjes die over haar grenzen gaan.

Maar misschien leg ik de lat wat te laag, de drempel te hoog en mag ik mijn moeder niet als uitgangspunt nemen. Maar zal ik bij een ieder aan wie ik het filmpje wil doorsturen mij eerst af moeten vragen of dit bij hem of haar mogelijk een emotionele reflex van weerzin veroorzaakt. Hoe spontaan is dat. Sluit het onderwerp wel aan bij zijn/haar belevingswereld? Maar wellicht nog sterker: sluit dit wel aan bij hoe zij/hij naar mij kijkt?

Ik had mij die vraag niet moeten stellen. In retroperspectief moet ik toegeven dat ik niet altijd even genuanceerd ben geweest. Soms onberekenbaar bot, tactloos, banaal en hard … een tikkeltje arrogant en buitensporig eigenwijs. Altijd wel gepaard gaande met humor, al dan niet begrepen. Hier tegenover staat natuurlijk een substantiële hoeveelheid aan prettige en innemende eigenschappen. Ik weid me hier niet verder over uit … ik hou het kort.

Het blijft lastig waarom en aan wie ik een filmpje zou willen doorsturen. Ondanks het feit dat ik denk te weten hoe men over mij denkt, ben ik mij er van bewust dat alles wat ik schrijf of onder de aandacht breng iets over mij zegt. En kom ik langzaam tot de ontdekking dat de tijd mijn naïviteit weer voedt. Dat ik ouder word en mijn normen en waarden steeds meer gestalte krijgen. Al dan niet door mijn rol als opvoeder, die zich verbaasd over waarom dergelijke filmpjes op Youtube staan, zichbaar voor mijn kinderen. Maar vooral over hoe volwassenheid je inzichten herschikt, en alles wat aan je voorbijtrekt,  langs je eigen, opnieuw gekalibreerde, morele meetlat wordt gelegd … het puberale gegniffel ver voorbij. Ik lijk mijn moeder wel.

 

(O ja, hier het bewuste filmpje. Nou u weer!)

1 maart, 2012
door Martin Smit
1 reactie

Spanje

Het is vandaag complimentendag. 3 maart is het doktersassistentedag, en zo heeft bijna elke dag dit jaar wel iets bijzonders. Van ‘wereld UFO dag’ tot pannenkoekendag, je kunt het zo gek niet bedenken. Ik heb er dan ook niets mee en laat de meeste dagen aan mij voorbij gaan. Je kunt het zelfs niet eens gebruiken als excuus: “Nee, helaas. Vandaag kan ik niet, het is namelijk ‘verantwoordingsdag’. En ik heb nog het een en ander te verantwoorden. Misschien een andere keer? Nee, helaas. Ook dat wordt lastig. Dan is het namelijk de dag van de ‘biodiversiteit’. Ik voel mij dan genoodzaakt mijn achtertuin volledig te determineren.”

Maar voor diegene die al deze dagen een warm hart toedragen, krijgen het deze maand druk. Op 4 maart is het wereld gebedsdag, gevolg door de dag van de logopedie op de 6de. Ik vraag mij dan altijd af of het niet beter andersom gepland had kunnen worden, maar goed. Internationale vrouwendag valt samen met ‘de dag van de nier’. Waarna de relatie tussen beide wordt bevestigd op 10 maart, nationale opschoondag. Op 16 en 17 maart zijn het de ‘Nederland doet dagen’ … enfin … u kunt het hier allemaal verder lezen.

Vandaag was het dus een dag om complimenten uit te delen. Ik heb het nagelaten. Althans, de complimenten die uit mijn mond rolde waren niet oprecht. Zoals ook de complimenten die ik heb mogen ontvangen. En zo gaan wij om met een het ingestelde initiatief. Het leidt nergens toe, alleen tot enige kantoor gerelateerde humor. Slechts een paar tellen heb ik mij afgevraagd of ik, in het overleg van vanochtend, mij anders zou hebben opgesteld als ik vooraf had geweten dat je – juist vandaag – de sterke punten van je gesprekspartner moet benoemen, gemeend! Maar nee, dat zou niet passen binnen een professionele organisatie. Daarnaast zou een compliment uit mijn mond argwanend zijn ontvangen.

Toch gaat deze dag de boeken in als een pracht dag. Een dag waarop ik een bijzonder compliment heb gekregen van Gijs, mijn zoon van net 6 jaar.

Al enige tijd heeft Gijs wat mot met een meisje, Anke, uit zijn groep 2. Temperament vol mag je haar gerust noemen en ze doet daarin niet onder voor Gijs. Zo is hij al een keer door haar besmeurd met verf en een tweede keer met stift. In zijn gezicht. Vanavond tijdens het eten vraag E. aan Gijs of hij aan mij wil vertellen wat er vandaag is gebeurd op school. Gijs weifelt. Hij weet dat wat hij moet vertellen niet ‘mooi’ is geweest: “… Anke heeft mij gestompt.”
“O, dat is niet zo mooi Gijs”, antwoord ik, “en wat heb je toen gezegd?”
Het blijft even stil … Gijs kijkt E. aan die hem aanspoort zijn verhaal af te maken.
“Toen heb ik gezegd dat als ze dat nog een keer zou doen mijn papa haar naar Spanje zal gooien.”
“En daar is Anke heel erg van geschrokken.” voegt E. eraan toe.
Ik kan mijn glimlach met moeite onderdrukken. Een opmerking die mij meer waard is dan 1000 complimenten van collega’s. Of het nu complimentendag is of niet.
“Maar Gijs.”
“Ja papa.”
“Wil je dat nooit meer zeggen, zo ver kan papa toch helemaal niet gooien.”

ring

1 februari, 2012
door Martin Smit
1 reactie

Snit

“Jouw ring bevindt zich op een plek die deze nog even geheim wil houden”, zo vertelde mijn vrouw. Ik voelde mij enigszins betrapt. “Je hebt hem ook eigenlijk nooit meer om en daar baal daar ik best van”, ging ze verder. Het klopte dat ik al geruime tijd mijn trouwring niet droeg. Nu komt het zelden voor dat ik iets kwijt ben, en behoed ik mij ook van deze teleurstelling door het zoeken ernaar zo lang mogelijk uit te stellen. Vaak komt het item na enige tijd vanzelf weer boven drijven. Het enige verschil met nu was dat zij waarschijnlijk al had gezocht … en tevergeefs.

Het was het sluitstuk van de ochtend die verre van harmonieus verliep. E. gaf namelijk aan – nog voor mijn eerste bak koffie – dat ze een meeting had in Utrecht en pas om half 12 zou vertrekken. Daar ging mijn vrije ouderschapsochtend waar ik de laatste jaren zo verknocht aan ben geraakt. Ik kon het niet laten om haar dat duidelijk te maken, met als gevolg dat er van gezelligheid geen sprake meer was. E. vertrok naar boven om mij vooral niet tot last te zijn. Ik zette, om haar vooral boven te laten, een cd van Underworld op.
Na een uurtje kwam ze weer naar beneden: “Goed, ik ga maar. Dan heb ik tenminste nog even tijd om bij Scapa binnen te lopen.”
“Moet je zeker doen … ik bedoel … even bij Scapa binnen lopen.”
Mijn aanpak van de ochtend verdiende geen schoonheidsprijs, maar de gecreëerde situatie bood wel perspectief.

Om 11 uur ontving ik haar eerste sms, ze was bij Scapa geweest:

E: Vette jas gezien!!! Ga straks terug … jas wel andere kleur dan bruin (op foto) … Kijk anders nog ff op de site van Scapa.

M: Ik zie heel veel mooie jassen in een 164 blz tellende catalogus. Weet niet welke je bedoelt. Succes straks.

E: Huh? Glossy in de papierkliko staat ie in. Vrouw staat voor strobalen. Kijk nog ff. (prijs klopt niet)

M: Pittig, heb jij zoveel verjaardagsgeld ;-) Zelfs voor de helft van de prijs heb ik een Asus Tablet ;-) pfoe hé.

En daar was het mij nu om te doen. Ik wilde een tablet! Maar zoals bij elke computergerelateerde aanschaf moest ook dit eerst lange tijd in de week. Om het proces te versnellen had ik bedacht haar richting een emotie-aankoop te leiden. En zoals dat bij de meeste vrouwen werkt, ontstaan die bij een gevoel van onbehagen. De dag voorafgaande aan dit voorval had E. mij de jas in de brochure al laten zien. Ze zou, als ze tijd had voor de meeting nog even langs Scapa. Het uitdenken hoe ze hier voldoende tijd voor zou krijgen kostte niet veel moeite. De vermeend zoekgeraakte trouwring … was een niet-geregisseerde bonus.

 E: Zei al: prijs klopt niet! Is nu € 350,-. Nog steeds veel. Wel een vette jas!!!

M: Precies het bedrag van een Asus Tablet. Koop ik die! Hoef jij je niet bezwaard te voelen bij zo’n dure jas! En ja, hij is erg mooi!

E: Kwaliteit tweedwol doet ’t ‘m en snit. Maar wel groot bedrag … pffoeh. Gelukkig geen jas voor 1 winter.

M: You only live once girl.

Bij thuiskomst werd de jas geshowd. Een mooie jas, ik kan niet anders zeggen, maar haar vraag of ik de tablet al had besteld was mooier. “Nee, nog niet”, antwoordde ik, de euforie onderdrukkend, “misschien dat ik dat straks nog even doe.”

P.S. De volgende dag vond ik mijn trouwring in de sieradenlade, ze had er overheen gekeken. Je zult begrijpen dat ik die voorlopig niet meer af doe nu de tablet is aangeschaft.

25 november, 2011
door Martin Smit
3 reacties

De lulmethode

Vorige maand nog, werd door een kennis, via zijn vrouw, gemeld, dat hij vond, dat er wat schortte aan mijn manier van communiceren. In e-mailverkeer wel te verstaan. Nu kan ik mij daar wel iets bij voorstellen. Ik ken mijzelf natuurlijk het beste, ben meestal de leukste thuis en daarbij ook nog eens eenoog in een specifiek land. Dat laatste is het gevolg van mijn werk. Als technisch schrijver wordt je al snel als taalpurist getypeerd. En juist in mijn mondelinge communicatie probeer ik daar gehoor aan te geven. Dat daarbij mijn purisme wat achterblijft in mijn e-mails zal u wellicht verbazen, voor mij is het een bewuste keuze.

Gemeld werd dat e-mails van mij afkomstig, kil en zakelijk zouden zijn. Ik heb dit tegenover haar dan ook niet ontkend en onderkend dat hier voor mij een uitdaging lag. Een paar weken later, er was nog geen aantoonbare progressie geboekt, legde ik het voorval voor aan een goede vriend. Hij had een gelijkwaardig incident meegemaakt en vertelde over de wijze waarop hij dit probleem getackeld had: via de ‘lulmethode’. “Nou, simpel. Zodra je een e-mail hebt geschreven controleer je elke zin of je die kan laten volgen door het woord ‘lul’. Bijvoorbeeld op de vraag of je een vriend van een vriend wilt helpen verhuizen, omdat jij een aanhanger hebt: “Nee, ik heb andere plannen en de tandemasser heeft ook een lekke band. [Lul.]‘ Dat is dan geen goede zin! Dan weet je dat je die anders moet formuleren.”

Alhoewel ik de tip in de categorie ‘je iemand naakt voorstellen tijdens een sollicitatie’  vond vallen, ben ik er mee aan het werk gegaan. Het is mij zwaar gevallen. Bij de eerste paar e-mails die ik schreef kwam ik er niet uit. Achter elke zin die van mijn toetsenbord rolde kon de bewuste toevoeging zetten:

Hoi Martin, wil je voor de zoveelste keer weer eens naar mijn laptop kijken, hij doet weer raar.

Dag Ans, nee, wat denk jezelf. Ga op een cursus ‘Windows voor beginners’. [Kut] (vrouwelijke variant).

Zonder afbreuk te doen aan de boodschap die ik wilde overbrengen, lukte het niet. Ik merkte dat ik eindeloze e-mails moest gaan schrijven om mijzelf in te dekken en voldoende empathisch over te komen.

Lieve Ans, wat vervelend dat hij nu alweer raar doet. Wat is dat toch, het lijkt wel een computer, hahaha. De vorige keer heb ik je fijn kunnen helpen via Teamviewer maar mijn computer doet nu ook een beetje raar. Als ik namelijk de master boot record delete, start de pc niet meer op. Maar goed, dat is niet jouw probleem. Echt rot voor je, en je dacht nog wel een goeie pc gekocht te hebben bij de LIDL. Ik heb alleen dus niet de mogelijkheid je snel te helpen. Misschien moet je iemand anders eens even vragen.

Het antwoord van Ans liet zich raden: O, doe maar rustig aan. ik heb nog wel even. Dan doen we het volgende week wel, alvast bedankt. Liefs Ans.

Ik kon herschrijven wat ik wilde … niets mocht baten. Uiteindelijk begon ik mensen terug te bellen, terugmailen was geen optie. Dat koste teveel tijd en gaf nooit het door mij gewenste resultaat. Ik was ten einde raad , begon aan mezelf te twijfelen en aan mijn communicatieve vaardigheden, maar weigerde te capituleren. Gisteren besloot ik mijn vriend te mailen, misschien zag ik een aspect van zijn tip over het hoofd, of had ik de essentie niet begrepen:

Hallo Ton,
Ik ben me daar aan het stoeien gekomen met die lulmethode van je. Ik kom er niet uit. Heb je nog tips? Groet, Martin.

’s Avonds had ik al een reactie:

Hey Smit,
Ik had toch wel gedacht dat jij er wel uit zou komen met jouw achtergrond. Wat ben je nou voor een schrijver. :-)
Er is wel een alternatieve methode, mocht je taalvirtuositeit tekortschieten. Dan sluit je gewoon elke zin, waar je ‘lul’ achter kunt zetten, af met een smiley.
Volgens mij had je dat ook nog wel zelf kunnen verzinnen. :-)

Hallo Ton,
Niet dus. Maar ik weet genoeg, bedankt. :-)

17 november, 2011
door Martin Smit
Reacties uitgeschakeld voor Vaatwascrisis

Vaatwascrisis

Het is ‘not done’ om je in deze tijden nog uit te spreken over normen en waarden uit de jaren ’60. De tijd dat vrouwen zich nog in huis ophielden, achter het strijkijzer of wachtend op hun kinderen en manlief, met het liefst het hoofd voorovergebogen in het Margriet-kookboek. Eigenlijk was daar niet veel mis mee en begrijp me goed: ik doel hier op de duidelijke taakverdeling binnen het huishouden! Maar de eerste emancipatiegolf heeft de vrouw verzelfstandigd en de taken doen verdelen. Dat is goed. Naar nu blijkt is destijds een onomkeerbaar proces in gang gezet. Alleen, een ‘golf’ suggereert ook een teruggaande beweging, waarmee op den duur de vrouw haar plaats in de keuken weer zou gaan innemen. Blijkbaar laat niet alles zich als golfbeweging beschrijven. Om even bij de waan van de dag te blijven: emancipatie is dan ook geen Eurocrisis. Het definitieve karakter maakt de terugkeer van de vrouw naar het aanrecht ondenkbaar. In die relatie kun het herinvoeren van de Gulden eveneens uitsluiten. Ondanks die overtuiging werd ik afgelopen week even op het verkeerde been gezet.

Laten we eerlijk zijn: vrouwen hebben in de afgelopen 40 jaar terecht aangedrongen op een herverdeling van taken. Ik ben daar ook voor. Ik wil ook niet degene zijn die elke keer de hond moet uitlaten, de kliko aan de straat moet zetten en de gaatjes moet boren nadat ik een fietsband heb geplakt.  … dacht ik ! Maar, vanuit het oogpunt van de vrouw is ‘het eenzijdig toeschuiven van taken’, ook ‘herverdelen’!

Ik plak nog dus steeds banden, boor gaatjes en zeem nu ondertussen ook nog de ramen, zuig stof en heb het vlees al aangebraden voordat ik de kinderen van school haal. Waar de schoen echter wringt is bij het inpakken van de vaatwasmachine, juist op die momenten waar werkzaamheden, die eerst bij haar lagen, nu ook tot mijn takenpakket behoren. Bij de boormachine ligt er nu nog steeds een duidelijke jaren ’60 relatie tussen ‘het boren’ en ‘de man’. Bij de vaatwasmachine leek het even alsof zij moeite hebben met het loslaten van die relatie, tussen ‘de afwas’ en ‘de vrouw’. Noem het ‘de wispelturigheid van de vrouwenemancipatie’.Vooropgesteld, dit is geen denigrerende vooronderstelling. Alhoewel ik mijn bevindingen niet louter empirisch zal noemen, bracht het volgende voorval mij wel aan het denken:

1: Al jaren ruim ik de vaatwasser in en met enige regelmaat wordt deze daarna nogmaals bezocht, maar dan door mijn vrouw om opnieuw ingedeeld te worden: “Nee”, krijg ik dan te horen, “pannen moeten in het onderste rek.” Er ontstond een discussie over het effectief reinigen van bepaalde vaat op nader gespecificeerde plekken. Parallel daaraan werd het structurele ruimtegebrek in de vaatwasmachine meegenomen, wat mij er juist toe had gebracht de kleine pannen op het bovenste rek te plaatsen. Geïrriteerd liet ik haar dan uiteindelijk haar gang gaan.

2: Afgelopen week kwam mijn moeder op visite en na de maaltijd probeerde zij, in mijn keuken, zonder enig overleg, op basis van de zelfde wijsheid de rekken van de vaatwasser opnieuw in te delen. Na enig gerommel met de pan faalde de poging, het bovenste rek liet zich niet meer volledig in de machine rollen wat het sluiten van de deur verhinderde. Ik heb haar vriendelijk verzocht even afstand te nemen zodat ik de kleine pan goed in het bovenste rek kon plaatsen, … de vaatwasmachinedeur sloot daarna probleemloos.

Ik meende in beide voorvallen twee vrouwen te zien die weer voorzichtig een blik wierpen op wat in de jaren ’60 al gesteld werd: in huisvlijt zit de kracht van de vrouw verborgen. Misschien is emancipatie dan toch een golfbeweging, dacht ik en is het de-emanciperen in gang gezet. Maar dat is/was niet het geval. Wat ik zag was een dochter die haar man haar inzichten wilde bijbrengen. Mijn moeder daarentegen stond het inpakken van de vaatwasser door een man niet toe en nam zonder overleg het heft in handen. Nieuwe waarden tegenover oude normen. En aangezien ik met die nieuwe waarden verder moet én wil, heb ik haar deelgenoot gemaakt van mijn inzichten. Resultaat: we hebben een compromis gesloten over het indelen van de vaatwasser, de pannen gaan in het onderste rek! Desnoods draaien we een tweede vaat.

Dat ik mij af en toe irriteer aan de herverdeling van taken mag duidelijk zijn, maar dat ik terugverlang naar oude tijden … geenszins. Voor mij is dat een gepasseerd station. Voor haar trouwens ook, die devaluatie zal ze zich niet over haar af laten roepen.

7 november, 2011
door Martin Smit
Reacties uitgeschakeld voor Balans

Balans

1 keer in de zoveel tijd moet het weer even. Dan wordt er een discussie van financiële aard binnen onze 4 muren gevoerd. Nou … gevoerd. Laat ik zeggen: ik kaart het aan. Immers: meer dan de helft van de problemen in de relationele sfeer gaan over geld en ik heb er een hekel aan mij ergens buitengesloten te voelen, vandaar … Waarschijnlijk zult zich u afvragen of dat nou nodig is … waarop mijn antwoord dan zou zijn: ” Ja, dat is nodig, voor de balans in onze relatie.”

Er moet worden gezegd dat alle facturen en andere bankzaken door E. worden afgehandeld. Met belastingzaken is het niet anders. Zij weet, als geen ander, op slinkse wijze een aanzienlijk bedrag terug te vorderen van de belastingdienst. Hulde. Zonder enige twijfel is zij degene bij ons thuis met de juiste kennis én het overzicht. Ik zou het niet beter kunnen.

Daarnaast is 1 van de zaken die wij in ons huishouden anders hebben geregeld dan Henk en Ingrid,  … de auto. Zo is de auto van mijn vrouw … ik heb een fiets. De enige bijdrage die ik lever aan de auto, is het opschroeven van de kilometerstand. Zij zet de SAAB in de autowas, zuigt ‘m uit en poets de ramen aan de binnenzijde. Verder wordt de garage door mijn vrouw uitgezocht, regelt zij alle beurten en debatteert met de chef werkplaats over eventuele mankementen.  Wie ben ik om daar tussen te gaan zitten.

Verjaardagen van familie en vrienden worden door haar, steevast op tijd, van de nodige aandacht voorzien. Logistieke zaken rond onze kinderen zoals, school, dokter en turnvereniging, worden met de nauwkeurigheid van een Zwitsers uurwerk gecoördineerd. Een duizendpoot, een moordwijf is het. En wie ben ik om haar capaciteiten niet te laten ontplooien.

Ik hoor u denken:”Waar is die vooraf gestelde balans, wat is jouw toegevoegde waarde binnen deze relatie?” Goed dat u dat vraagt. Het is er namelijk 1 van nuancering, van relativering. Laat ik zeggen dat deze toevoegingen mijn vrouw scherp houden. Ziet u mij als de man áchter de vrouw. Ik zal u een voorbeeld geven:

Afgelopen weekend ging ze de stad in, ze wilde naar de Purdey (voor alle duidelijkheid: de Purdey is een winkel waar men casual-chic heeft verheven tot een collectieve truttigheid).
Prima, ik bleef toch thuis. Er zijn namelijk bepaalde winkels waar ik minder graag naar binnen loop. Doorgaans zijn die winkels te classificeren als wel-kijken-niet-kopen-winkels, met andere woorden, DIDI-achtige winkels.
Na drie uren kwam ze, volgens haar zeggen, terug met een vondst. “Nee, echt veel verder dan de Purdey ben ik niet gekomen, maar ik heb daar wel een mooi vest gescoord.”
+ “Een vest? Waarom heb je een vest gekocht?”
– “Nou, gewoon … moet je het stofje eens voelen. En er ging nog 20% kassakorting vanaf.”
+ “Van hoeveel ging wat af!
– “Ik was nu € 135,- kwijt, maar dan kan de thermostaat ook een graadje lager. Die besparing moet je er dan eigenlijk nog van aftrekken.”
Ze glimlachte om haar eigen spitsvondigheid … maar besefte 1 tel te laat dat ze dit beter niet had kunnen zeggen tegen de man die de thermostaathandleiding zelf geschreven heeft.
+ “Schat, als ik je zo even uit de losse pols mag voorrekenen: wij verstoken ongeveer 1200 m³ gas per jaar, tweederdedeel daarvan zal voor de verwarming gebruikt worden. Dat is 800 m³. Door het met 1 graad verlagen van de binnentemperatuur mag een besparing worden verwacht van ongeveer 7%, dat komt neer op 56 m³ per jaar á 35 cent per m³. Een besparing van nog geen 20 Euro! Je moet dus door deze investering 7 jaar met dat vest doen. Anders gezegd, als je het vest niet had gekocht , had de thermostaat niet lager gehoeven en was behaaglijkheid een gewaardeerd begrip gebleven in dit huis.”
– “Ja, maar … hij staat mij echt heel goed en kleed ook hier mooi af.
+ “Natuurlijk, het A-lijn-argumentSchat, had het meteen gezegd. Het is inderdaad een prachtig vest. Maar wat dacht je, moet de thermostaat nu nog een graadje lager … nee toch?